Winterkamperen: wat ik veel eerder had willen weten

Kamperen in een winterlandschap is prachtig. Maar die afschuwelijke kou! Na een aantal fietstochten onder het vriespunt, in sneeuw en in regen, had ik het dit jaar voor het eerst enigszins comfortabel. Ik wil hier een aantal lessen delen waarvan ik wilde dat ik ze eerder geleerd had. Of eerder had opgevolgd:

1. Dons is warm. Na twee paastochten waarbij het kwik tot onder de nul graden daalde en ik van ellende om vijf uur ’s ochtends onder de warme douche stond, was ik het zat: ik kocht een donzen slaapzak. Als er in mijn huis wordt ingebroken mogen ze alles meenemen, behalve de slaapzak. Het is de beste investering die ik ooit gedaan heb.

2. Dons is warm II. Na een fietstocht moet er gekookt, gegeten en bijgepraat worden. Dit is hét moment om flink af te koelen. Na lang wikken en wegen (want het was toch wel duur, en kon ik niet gewoon drie fleecetruien over elkaar aantrekken?) heb ik uiteindelijk toch ook een donsjas gekocht. Een goedkope dan, voor € 40,00 bij Decathlon. Hij heeft zijn nut nu al bewezen.

IMG_0590
Kamperen in de sneeuw

3. Wol is warm. Nog zo’n mooi natuurproduct. Het voert vocht af tijdens het fietsen en houdt warmte vast in rust. Onder andere Icebreaker maakt fijne – maar wel behoorlijk prijzige – thermokleding van merinowol. Het kost wat, maar het werkt gewoon het beste.

4. Altijd douchen na het fietsen. Niet per se omdat het fris voelt en ruikt, maar omdat het afkoeling voorkomt. Zweet zorgt er namelijk voor dat je blijft rillen. (Bijkomend voordeel: douchen voorkomt spierpijn – vooral een koude douche, probeer dat maar eens in de winter!).

5. Waterdichte schoenen of sokken en wanten aan. Je handen en voeten worden als eerste koud. Twee jaar terug dacht ik de wintertocht wel op gympen te kunnen doen. Onderweg begon het te sneeuwen, raakten mijn schoenen doorweekt en heb ik mijn voeten de rest van het weekend niet meer gevoeld. (Ik had ook geen droge sokken mee, maar dat was gewoon dom.). Je kunt ook extra schoenen of wanten meenemen om de avonden door te komen.

6. Warm de slaapzak in. Een slaapzak is niet bedoeld om je op te warmen, maar om je warm te houden. Als je er koud ingaat, blijf je met een beetje pech de hele nacht rillen. Het is beter om voor het slapengaan nog even een stuk te wandelen. (Werkt trouwens ook goed tegen spier- en kniepijn).

7. Vergeet je muts niet! Dat 70% van de warmte via je hoofd verdwijnt, is een hardnekkige mythe. Toch is een muts onontbeerlijk om bevroren oren en hoofdpijn te voorkomen. Ik slaap tijdens winterkamperen altijd met een muts (en een fleecetrui met een hoge kraag) om warmteverlies via mijn hoofd te voorkomen.

8. Eten, eten, eten. Gewoon omdat het kan. En omdat het de interne verbrandingsmotor op gang houdt en warm blijven nu eenmaal veel energie kost. Dus word je ’s nachts wakker van de kou? Een reep chocola erin!

Ik kan niet garanderen dat je het nooit meer koud hebt. Een wintertocht blijft een wintertocht. Maar een goede voorbereiding kan een hoop schelen!

Advertenties

2 reacties op ‘Winterkamperen: wat ik veel eerder had willen weten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s