Kamperen en werken

13059669_993438577405116_2123737075_n

Deze foto heb ik al lang willen maken. Werken en kamperen. Klinkt als de ideale combinatie, toch? Of niet? Zie hier het resultaat van een klein experiment.

In de Randstad wonen is stom. Het lijkt me namelijk heerlijk om op een stuk groen in een eenvoudig onderkomen te leven. Maar stukken groen zijn hier schaars, dus duur. En of je het wilt of niet, je krijgt er ook nog een huis bij. Zonde.

En dan er is nog iets waardoor wonen in de Randstad nu extra stom is. Ik ben op en misselijk van de spanning, die uit alle hoeken op me afspringt omdat ik blijvend met mijn beeld van de wereld worstel. Iedere auto, tram, onhandige fietser en lelijk flatgebouw kwadrateert die aanvallen. Als ik in de stad ben, ben ik de hele dag boos. Heel erg boos. Ik heb meer dan ooit ruimte en stilte nodig.

Ik zou naar Friesland kunnen verhuizen. Maar daarvoor vind ik mijn werk te leuk. En op dit moment ook niet onbelangrijk: het is een soort ontspanning en een rots van zekerheid in een branding van leegte en verwarring.

Je leest het goed, ik ben niet op mijn best. Maar als ik kampeer, zie ik er zo uit:

 

Gelukkig, toch?

In mei stond ik een week op Stadscamping Rotterdam. Nog steeds ingesloten door twee snelwegen, maar de camping was cool. Een heel veld voor mezelf, gras onder mijn voeten, lucht boven me. Lekker koken op mijn knieën en naar bed als het donker wordt.

In juni kampeerde ik in een oude boomgaard die in dit veld verscholen lag:

 

Overdag lekker modellen runnen, data verwerken, rapporten schrijven en socializen, ‘s avonds eenvoud en buiten zijn. Een boek lezen aan een picknicktafel, in een boom klimmen, in de frisse lucht slapen en wakker worden door een zoot kwetterende mussen. De combinatie van nut en vrijheid is fantastisch.

De meest gehoorde reactie is: huh, hoe dan? Maar het is heel simpel. Ik laad alles wat ik nodig heb in mijn fietstassen: slaapzak, matje, brander en pan, een weekvoorraad t-shirts, laptop en boeken. Mijn riante tweepersoonstent gaat op de bagagedrager. Koken is makkelijk (ik eet veel salades en pasta) en ik kampeer op fietsafstand van mijn werk. Op campings kun je gewoon douchen en je tanden poetsen (ja, echt). Als het koud is trek ik mijn donsjas aan, en als het regent zit ik in mijn tent. Het is allemaal niet zo onmogelijk als het lijkt.

Wat ik interessanter vind, is: word ik hier gelukkig van? Ja. Ik kan even ademhalen en weer wat inspiratie terugvinden. Maar het is een tijdelijke escape, want je kunt niet permanent op een natuurcamping wonen. Toch lijkt het zo duidelijk en simpel: stop met die niet-werkende gewoontepatronen van het ‘standaardleven’ en ga naar buiten. Of: doe het gewoon anders als je dat wilt! Waarom kies ik er dan steeds weer voor om ongelukkig te zijn? Die vraag houdt me dag en nacht bezig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s