De herinnering van het groen

Gister stond er nog lavendel in, maar nu zijn de bakken leeg. Station Zuid ziet er kaal uit in het grijze herfstweer. Het waren mijn favoriete planten. Mijn dagelijkse shot natuur tussen alle asfalt, glas en anti-allergietapijt.

Ik reis heel regelmatig tussen Amsterdam en Rotterdam – in de ene stad woon ik, in de andere werk ik. Een tijdcapsule op wielen, de hogesnelheidslijn, verbindt de ene concentratie van hoogbouw met de andere. De weilanden die af en toe uit de spoortunnels tevoorschijn komen, lijken niet meer dan een plaatje dat op een groot tv-scherm wordt geprojecteerd. Ik weet niet beter of de Amsterdamse Zuidas en Rotterdam Centraal zijn één geheel.

Ja, ik weet wel beter. Soms fiets ik van noord naar zuid. Maar dat is een andere wereld. Dan moet ik, als ik pech heb, vechten tegen de wind. Dan zie ik vogels waarvan ik de naam niet weet en verbrand ik omdat ik me weer niet heb ingesmeerd. Na een uur begint mijn maag te rammelen en aan het einde van de dag kan ik zonder moeite twee pizza’s op. Ik zie het gras van kleur, de bodem van textuur veranderen.

15592282_1190387984376840_1141905747_nOp kantoor staat niet eens een plant. Het enige dat groen is, zijn de loungekussens in de brainstormruimte. Gelukkig zijn er nog mensen, anders zou ik denken dat ik in een virtuele wereld ben beland. Alles is levenloos, van de plastic bureaus (met houtmotief) tot de klimaatbeheersing en de koffie-automaten waar een gekleurde vloeistof uitloopt als je op bepaalde knoppen drukt. Tussen station en deze kunstmatige wereld schreeuwt het ene fancy kantoor om het andere. Het moet waardigheid of inspiratie uitdrukken, maar dat lukt niet echt. Imponerend? Kijk onze grootsheid eens het leven verdrijven! Ze hebben wel de moed om dat met naam en toenaam – grote logo’s, pakkende slagzinnen – toe te geven. Maar niet de moed om de waanzin af te breken en er iets leefbaars van de maken. Het hoeft niet eens zo moeilijk te zijn of veel te kosten. Een leuke geit op het keurig gemaaide grasveld van het voormalig ING-kantoor zou bijvoorbeeld niet misstaan.

Iemand die dag in dag uit tussen het staal en steen van de stad leeft, kwijnt langzaam weg. Wordt een legopoppetje op een plastic gazon. Van een gebrek aan groen sterf je een ongelukkige dood. De mensen die dat begrepen hebben, zetten plantenbakken en solitaire bomen tussen het grijs. Niet omdat dat zo goed is voor de biodiversiteit of het bodemleven. Nee, het zijn herinneringen: de wereld leeft!

De lavendelplantjes op het station waren de beste herinnering. Als ik er langs liep of naast ging zitten – er waren van die leuke bankjes omheen gebouwd – kon ik de zoetige geur van de anders dominante uitlaatgassen van de Ring onderscheiden. Soms plukte ik een blaadje om er een tijdje aan te ruiken (in Amsterdam is aan planten ruiken heel normaal). Lavendel schijnt kalmerend te zijn, heel effectief na een drukke werkdag. Het waren meer dan plaatjes of solitaire groenobjecten, je kon ze beleven.

Vandaag gooi ik twee verdroogde kruidenpotjes in de prullenbak. Wat maakt het allemaal nog uit? Met tegenzin fiets ik naar het station. Maar als ik het perron oploop zie ik kleine, verse sprietjes in de gister nog kale aarde. Janken van geluk. Mijn planten zijn terug! De wereld is nog niet verloren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s