Wandelen in de Harz: Hexenstieg

Ik ben vertrokken, dus het moeilijkste zit er op. Eerst een korte retraite, veel gegeten, goed geslapen, maar eigenlijk zat ik gewoon te wachten tot het echt begon. Ik wilde lopen, dan was ik van de onzekerheid af of dat wel zou gaan. Want mijn been brandde als een kampvuur van mijn veel te zware rugzak. Om te oefenen had ik een korte tocht door de Harz gepland.

De Harz is onder Nederlanders niet zo bekend. Het is het noordelijkste gebergte in Duitsland, een beetje schuin links onder Berlijn. Dwars er doorheen, over de hoogste top, loopt de oude grens met de DDR. Op die top staat een gedrocht van een uitkijktoren. Veel te groot en rechthoekig om een beetje poëtisch in het landschap op te gaan, en dat was waarschijnlijk precies de bedoeling. De oude rijplaten waarover langs het prikkeldraad werd gepatrouilleerd liggen er ook nog. Het gebied was ooit bedekt met loofbos. Voor de industrie (vooral de winning van steenkool) is dat sinds de Middeleeuwen gekapt en kwamen er naaldbomen voor in de plaats. Al met al een echte wildernis dus.

Een wandelroute van 90 km, de Harzer Hexenstieg, verbindt oost en west (je kunt ook over de voormalige grens van noord naar zuid lopen). Het is een populaire route. In de zomer ziet het hier zwart van de mensen die als Hans en Grietje een soort kruimelspoor van toiletpapier achterlaten. In november ligt het afval er een beetje vergeeld en verveeld bij en zijn er alleen nog een paar natuurliefhebbers en rustzoekers over. Honderden kleine bergpaadjes langs dekens van mos, hoogvenen, kale toppen en snelstromende riviertjes liggen er dan ontspannen bij. Het is groen en de stad lijkt ver weg.

Ik begon in Thale, aan de oostkant van de Harz en eindigde op een camping in het Polstertal bij Altenau. Het startpunt was direct een van de mooiste delen van de route, door een diepe rivierkloof, trappetjes op, rotsige paden. Ik moest van mezelf elk halfuur op een bankje zitten en mijn tas af doen, want ik wilde niks overbelasten. Maar eigenlijk ging het wel. Tijdens een lange pauze kookte ik water voor instant sate bami. Ondertussen kwam de zon achter de rotswand vandaan om het hele dal herfst te kleuren. En al na twee uur wandelen leek het alsof ik uit een lange zomerslaap kwam. Hoe dat voelt? Fris, wakker, zin om een dubbele triathlon te doen, zoiets. Aan het einde van de middag vond ik achter een muur van sparren een goeie plek voor mijn bivakzak. Ik had gehoopt (en gesmeekt, huilend) dat het lopen wel een beetje zou lukken, maar nooit kunnen denken dat het zo goed ging. Anderhalf jaar stomme oefeningen, naalden, scans en pijnstillers deden niets, en nu was de pijn weg. Misschien had ik dit eerder moeten proberen.

De volgende dag verdwenen door een gebrek aan supermarkten ook mijn zorgen over de zin van het leven. Ik had veel te nonchalant ingepakt, een beetje alsof ik op fietsvakantie ging. En de keerzijde van het najaar is dat bijna alles dicht was. Op 1500 kcal per dag liep ik met een rugzak van 17 kilo rond. ’s Nachts werd ik wakker met een rammelende maag. Ik kende dat gevoel helemaal niet. De eerste vier dagen draaide daarom elke gedachte om water of om eten. En ergens was dat wel rustgevend, maar alleen omdat de nood niet écht hoog was (niet hoog genoeg om twee uur om te lopen voor een supermarkt).

Geleidelijk ging de route omhoog de bergen in. Het was warm en droog, makkelijk kampeerweer. Ik wilde de rust en de vrijheid van het wildkamperen, maar de avondschemer was ook het moment waar ik steeds tegenop zag. Ik was bang dat iemand me zou zien. Laat het donker maar snel komen, dacht ik, zodat ik me er onder kan verschuilen.

Het liefste was ik dag en nacht doorgelopen. Vermoeidheid en bergen energie gingen heel goed samen. Om mezelf een beetje te beschermen tegen de mogelijk uitputtende effecten van wandeladrenaline, sliep ik de vierde nacht op een camping. Pas toen merkte ik dat ik in een soort overlevingsstand terecht was gekomen. Verlangen en wilde ideeën kwamen weer terug, en ik had ze niet eens gemist. Ik geloofde nooit zo in de piramide van Maslow, die zegt dat je eerst je basisbehoeften op orde moet hebben voordat je je verder kunt ontwikkelen (van de onderkant naar de top van de piramide, lekker lineair van A naar B, zo werkt het leven natuurlijk niet), maar misschien had hij toch ergens wel een punt. Die nacht droomde ik eerst over een romantische date en daarna dat ik werd aangereden door een trein. Ik zat duidelijk weer op een hoger niveau.

Met veel zin en veel eten beklom ik de Brocken, die hoogste berg (1141 m) met die lelijke toren. Het was de hele week al stralend weer, maar nu regende het. Drijfnat kwam ik boven in een dichte mist waar de stormwind me bijna weer van de berg af sloeg. Ik hoefde niet eens zo nodig naar de top, want hier verzamelden zich de nog overgebleven toeristen die met zo’n schattige stoomtrein in van die alles behalve waterdichte regenponcho’s naar boven kwamen. Maar er was patat met schnitzel. En dat wilde ik. Het uitzicht was spectaculair, maar er zat mist voor. De trein was spectaculair, maar daar zat ook mist voor. Dus na een uitgebreide lunch ging ik over de DDR-rijplaten maar weer naar beneden. Dat was ook spectaculair, hoor. Het idee dat hier ooit een muur stond die een heel continent in tweeën splitste. Onvoorstelbaar.

Mijn bergtopeuforie kwam vlak voor zonsondergang toen ik naar een rotsige plek op 800 m was geklommen. Vanaf daar zag ik de dag in de duisternis verdwijnen. De sterren gingen aan en de dorpjes in het dal lichtten op. Ik had 25 kilometer gelopen en sliep die nacht als een baby.

Daarna ging het heuvelafwaarts. Met een steeds lichtere rugzak gleed ik over granietscherven en boomwortels omlaag. De route volgde een stelsel van kleine kanaaltjes en waterwerken, eeuwen geleden gegraven voor de mijnbouw. Dat moet ik als waterschapper natuurlijk leuk vinden, maar na tien kilometer kanaal werd het een beetje saai. Veel leuker was de waterhuishouding in de plaatselijke sauna die vieze, natte wandelaars van harte uitnodigde om binnen te komen. Er waren heilzame kristalbaden die zo zout waren dat je er in bleef drijven en gepassioneerde stelletjes die zoenend en elkaar masserend in het bubbelbad lagen. Zo werd het toch nog spannend.

[Hier geen foto, helaas]

Ik ben onderweg! De wereld ziet er gelijk anders uit. Het is fysiek hard werken, elke dag is onwennig en onzeker, en tegelijkertijd is het rustgevend en opwindend. Waar vind je zo’n gouden combinatie tegenwoordig nog? Niet voor niets trekt reizen zoveel mensen aan. Zodra ik stil zit, denk ik: wat wil ik hier nou mee bereiken? Als ik rondtrek, is die vraag niet meer relevant. Ik heb het gevoel dat ik ergens naartoe ga, hoe willekeurig het doel ook is.

En hoe zit het nou met dat been? Omdat ik eindelijk mijn ware passie volg, is de pijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Nee, grapje. Dit is niet mijn ware passie, maar los daarvan denk ik nog steeds dat het vanuit mijn rug komt, en dat ik tijdens het lopen geen last heb omdat het dan soepel blijft. Als ik niet loop, komt de pijn gewoon weer terug. Lopen dus, blijven lopen.

Advertenties

8 reacties op ‘Wandelen in de Harz: Hexenstieg

  1. Herkenbaar, dat ongehaaste beweging helpt bij lichamelijke klachten.

    Wij zijn een beetje blij voor je. Soms.

      1. Ah dank voor je antwoord; Je bent een échte prof! De Harz is echt mooi en confronterend mbt de oost-west grens, ik heb er gefietst op weg naar Berlijn. Wanneer ga je naar Zweden? Een mooie tijd♡

  2. Mieke wat weer een intresant verhaal ,erg spannend .Oma blijft je volgen ,met ongerustheid in mijn hart..wees op je hoede .liefs Oma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s