Lichtgewicht reizen: eetbare natuur

Ik mis het wandelen. De computer roept, niet alleen op het werk, maar ook als ik thuis ben, want er is ineens weer zoveel leuks te doen, zoals eindeloos reviews over lichtgewicht brandertjes lezen. Het liefste trek ik met niks de natuur in, want meer eenvoud is meer magie, maar dat is een romantisch idee, want tegen de tijd dat het donker wordt is het toch wel lekker om een warme slaapzak te hebben. Daarom is lichtgewicht reizen een oké alternatief.

53860965_584784012003645_4928846018679668736_n
Voor een weekendtrip: slaapzak, matje, bivakzak, extra set kleding, donsjas, waterzak, spiritusbrander, regenbroek, multitool, mes, hoofdlamp, EHBO-set, toilettas en telefoon (4,9 kg) – als het heel slecht weer wordt, komt daar nog een tarp/tent bij (600 g)

 

Het probleem (de uitdaging?) met lichtgewicht en minimalistisch, is dat eenvoud alleen kan bestaan bij de gratie van een sociaaleconomisch systeem of de natuur. Wie met weinig spullen reist, is afhankelijker van de omgeving. Op de fiets is dat nog wel te doen, het kost geen moeite om een stuk om te rijden naar een supermarkt. Maar met wandelen verstoort dat vaak een beetje de sfeer. Als ik rondtrek, wil ik niet steeds op zoek naar andere mensen, supermarkten, restaurants en hotels (vaak bereikbaar via inspirerende industrieterreinen). Ik wil in het bos blijven. Dus blijft automatisch alleen de tweede optie over: de natuur. En om van de natuur te kunnen leven, heb je kilo’s kennis en vaardigheden nodig. 

IMG_20190310_113131
Wilde peen – qua omvang niet zo indrukwekkend als onze huis-tuin-en-keukenpeen, maar het is winter, dus hij zal nog wel een beetje groeien

 

Lichte spulletjes zijn makkelijk mee te nemen, maar eten is altijd een beperkende factor. Daarom stond ik twee dagen nadat ik terug was uit Zweden tussen de distels in een zonovergoten park in Tilburg. Iemand zei: ‘distels zijn lekker’. Wat later zaten we in een speeltuin look-zonder-look te snacken. Ik ken mensen die een kilo rijst in hun tas stoppen, into the wild gaan, en daar weken kunnen blijven zonder ondervoed terug te komen. Als ik ook zo cool wil zijn, moet ik leren hoe dat moet. Na een jaartje filosofie (ultiem abstract) is het weer tijd om real life-skills te leren (ultiem praktisch).

Dan zijn er grofweg twee richtingen: dieren en planten. Ik had al eens een poging gedaan om pissebedden en mieren te eten. Veel eiwitten en suikers, heel aantrekkelijk. De laatste keer stond ik een kip te slachten. Maar dieren doodmaken, hoe klein ze ook zijn en ondanks dat ik geen vegetariër ben, is steeds weer een traumatische ervaring. Ik kan het wel, vooral als ik honger heb, maar ik ben er niet geschikt voor, zoals andere mensen niet geschikt zijn om – ik zeg maar wat – op een podium te staan of kinderen op te voeden. Dus ik dacht: ik zoek wel een man (de eerste vraag tijdens een date is: kun je een kip slachten?*) Ondertussen neem ik de eetbare planten voor mijn rekening in een jaartraining wildplukken.

DSC02948
Eiwitten

Zo belandde ik niet alleen in dat zonovergoten park, maar ook onbedoeld achter het aanrecht. Kleefkruid is een van de weinige wilde planten waarvan je grote hoeveelheden kunt eten, en ik ging proeven. Volgens het internet moet je het vlak voor de bloei oogsten, in mei, geen idee waarom. Omdat maart het nieuwe mei is, dacht ik dat het nu ook wel kan. Volgens de wildplukwiki worden jonge scheuten in de winter toegevoegd aan soepen, stoofschotels en omeletten. Ik vond een paar takjes in een half litertje water wel voldoende culinaire uitspatting. Na een minuutje koken was de kleef uit het kruid en mijn maaltijd klaar. Smaakt naar spinazie. Dit weekend deed ik het in het wild nog een keer over:

53648570_292915868284232_6391632315428110336_n

Het komende jaar zit ik elke twee weken in de klas en in het veld om planten (bladeren, wortels, noten, vruchten) te leren herkennen en gebruiken. Gaat dit me helpen om lichter en zelfvoorzienend te reizen? In beperkte mate. Je moet kilo’s planten verzamelen om aan je dagelijkse calorieën te komen, vooral als je een trektocht maakt. Het kost veel tijd, het seizoen moet meezitten en het landschap moet rijk en gevarieerd zijn. Wie een beetje om de natuur geeft, rooft ook niet een heel gebied leeg, maar plukt alleen hier en daar een beetje. En zelfs als je groots kunt oogsten, is het praktisch onmogelijk om het op te eten, want er zitten in wilde planten zoveel voedings- en afweerstoffen dat je snel aan een overdosis bezwijkt. Maar gezond (met mate) en vers is het wel.

Ik zie het als een goeie basis om mijn kennis van biologie bij te spijkeren en onderweg wat gevarieerder te kunnen eten. Nadat ik de planten een beetje onder de knie heb, staan vis, zeevoedsel en paddenstoelen op het menu. Al is lichtgewicht reizen nooit het enige doel. Meer eenvoud is meer magie, maar meer aandacht voor de omgeving is óók meer magie. Het mooie is dat je al in de natuur bent op het moment dat je dit soort vaardigheden gaat trainen.

* Een kip kunnen slachten is niet noodzakelijk, maar wel een pre

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s