Geopoëzie: het landschap van de geest

Er is een landschap van oude wegen die sporen in de geest achterlaten. Je ziet ze niet, of niet altijd. Het landschap, de wegen, de sporen en de geest. Tot je er op let, of iemand het aanwijst. Dan gebeuren er magische dingen.

Ik denk aan Schotland, een voorbeeld. Op de Buiten-Hebriden kwam ik voor het eerst in een soort tijdloosheid terecht. Het landschap deed het, samen met het alleen reizen en een stormnacht op de rand van een pijnlijke herinnering. Ik fietste over drie miljard jaar oud gesteente. Vanaf de veerhaven was ik omhoog geklommen, met een scherpe bocht over een smal stuk kust, de snijdende zee onder me. De weg werd vlakker, en daar lag een uitgestrekt dal in de luwte van een eindeloze rotswand. Natte keien, nat gras, poelen langs de weg. In de verte waren schapen, en auto’s vol andere mensen die om een volgende bocht verdwenen. De wind viel weg. De zon kwam een beetje moedeloos door de dikke Schotse regenlucht heen. En de stilte viel in het oude gesteente op zijn plek. Toen botste de tijd. Mijn banden, mijn windjack, het concept ‘fietsvakantie’ was iets van een andere wereld, en ik trapte, maar het leek alsof ik in een lege ruimte ronddraaide. Als een mysterieuze droom bleef het moment hangen. Wat gebeurt hier? Ik doe van alles met het landschap, maar wat doet het landschap met mij?

Het landschap, de wegen, de sporen en de geest. In verhalen van anderen zoek ik aanwijzingen. De afgelopen twee jaar las ik The Old Ways: a journey on foot van Robert Macfarlane. Zestien korte reisverhalen van voetreizen, twee zeiltochten en een skitocht. Naar een wereld van geopoëzie en diepe tijd, die ik nog niet goed kende, maar waar een hoop te ontdekken viel.

dsc07625

Macfarlane heeft duizenden kilometers gewandeld, in Engeland, maar ook in Palestina en de Himalaya. Als hij niet wandelt, studeert en schrijft hij (wat een droomleven). Zijn kast staat vol reisverslagen, poëzie, dagboeken, filosofische werken, die hij ‘de literatuur van wandelen en wegen’ noemt. The Old Ways verzamelt al dat wandel- en studiegeweld. De hoofdstukken komen als landschappen voorbij: Kalksteen, Graniet, Water, Veen, IJs. De verhalen zijn vooral symbolisch en beeldend. Historie, rituelen, pelgrimsreizen, natuur, geesten. Magie.

Het doet me denken aan Thoreau: “Een ware filosoof houdt zo van wijsheid, dat hij die niet alleen bestudeert, maar er ook naar leeft.” En aan Jay Griffiths’ boek Wild, die taal en wildernis aan elkaar knoopt tot een uitgesproken: “Ik was moe van het getemde denken en de uitgedroogde wereld van droge boeken, en ik volgde die wilde roep, die we allemaal kennen: de jongeren, de ouderen, de teleurgestelden, de nieuwsgierigen, de vrijbuiters en iedereen die er gewoon een tijdje vandoor wil.”

Natuur en landschap kun je niet alleen bestuderen, die moet je ervaren. Maar de ervaring verdiept zich naarmate je het bestudeert. Oude wegen. Oude teksten. Nieuwe gedachten. Tijdloze inzichten. The Old Ways was vaak literair, een beetje overintellectueel. Poëtisch. Top tien bestseller. Ik kwam er amper doorheen. Maar ik kwam ergens, het was belangrijk, en daarom las ik het eindelijk uit.

60140599_1038395969699682_2008926375238434816_n.jpg

Macfarlane beschrijft hoe oude wegen al duizenden jaren mensen, plaatsen en gedachten verbinden. Op The Icknield Way loopt hij met de 19e/20e-eeuwse poëet Edward Thomas mee. Op The Broomsway, de “dodelijkste weg van Engeland” volgt hij geesten in de mist. Het landschap en de geest maken samen gedachtenpaden. Gedachtenbewegingen. Denklijnen. We volgen paden om de wereld te begrijpen. Hij schrijft hoe we de topografie van ons zelf meedragen, en kaarten maken om door onze interne wereld te navigeren. “De paden zijn zinnen. We dragen in onszelf evoluerende kaarten van de wereld die we zijn.”

Soms is hij romantisch, kunstzinnig, soms realistisch, beschouwend. Landschap en natuur komen hard binnen, veranderen onze stemming en emoties, onze kijk op de wereld, zijn levensbedreigend of laten ons verdoofd achter. In zijn woorden: “De landschappen waar we doorheen bewegen verstrooien en bevestigen ons.”

Gaat het nou over wandelen, is het een ode aan het (oude) landschap, of gaat het om het verkennen van de menselijke geest? Een van zijn punten is dat die scheiding niet bestaat: “de geest is een landschap en wandelen een manier om het te doorkruisen.” De mensen die Macfarlane onderweg ontmoet, die het landschap van de geest doorkruisen, de één voor een uurtje in het weekend, de ander voor een heel leven, noemt hij pelgrims. Hij schrijft: “Iedereen gebruikte het wandelen om betekenis te creëren voor zichzelf, en ik kon geen betere naam voor ze vinden dan pelgrims.”

DSC02893

Intense ervaringen kunnen niet in het landschap van je geest blijven ronddwalen, die moeten op papier worden gezet of in een kunstwerk worden gestopt. Macfarlane is een taalkundige, en daarom gaat het over de taal. Want de uitdaging is om onze altijd ontoereikende woorden te gebruiken om inzicht, magie en diepe tijd uit te drukken. Hij jammert wat over de “modderige, onjuiste reflectie van woorden”. Taalkundigen zijn altijd zo lekker optimistisch over hun vakgebied. Terwijl ze met die taal verdomd goed punten weten te maken. Want ik kwam misschien niet door het boek heen, maar als ik wél in de stemming was, zweefde ik op een wolk van poëzie een andere wereld binnen. Poëzie, zo schrijft hij ook, en nu wordt het hoogdravend, is “de vorm van uiting” (“the form of utterance” – heerlijk, die Britten) die het dichtste bij het gevoel komt. Ik denk dat er andere vormen van uiting zijn die dichter bij het gevoel komen, maar goed, Macfarlane is een schrijver, dus ik snap waar zijn punt vandaan komt.

Ik merk dat ik bij steeds recentere vlagen behoefte heb aan poëzie. Geopoëzie. Een soort landschapsfotografie, maar dan in woorden. Om van het landschap van de geest en het fysieke landschap een samenhangend geheel te maken. Het is inderdaad niet te doen, onder woorden brengen wat er op zeldzame momenten buiten gebeurt. En omdat dat toch niet kan, kun je het soms maar beter vaag en abstract houden, zodat er nog wat ruimte voor het gevoel overblijft. Macfarlane helpt me op weg om me weer te herinneren hoe het moet, door het landschap van de geest lopen en dat in woorden uitdrukken.

DSC01536

Ik ben een nieuwe discipline binnengewandeld. Op zoek naar splinters van het antwoord op mijn vraag, die door duizend verschillende disciplines is gewaaid. Ik doe van alles met het landschap, maar wat doet het landschap met mij? Ik vond wat in de aardwetenschappen, geologie, de studie van plaatsen en mensen. Daarna in de filosofie, maar die werd snel theoretisch en afstandelijk. De psychologie was onnodig complex en geestdodend. De spiritualiteit werd wollig en dogmatisch. En nu de geopoëzie. Spannend. Ik blijf splinters aan elkaar rijgen tot de wereld klopt. De wereld klopt nooit, dus ik kan daar mijn hele leven mee bezig blijven, en dat is een kalmerende en inspirerende gedachte.

Advertenties

3 reacties op ‘Geopoëzie: het landschap van de geest

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s