Na een jaar plantenstudie

Als je in het donker door het bos fietst, lichten de paddenstoelen op. De warme, natte nazomerdag hing nog tussen de takken. Maar het was duidelijk dat de zomer voorbij is. We hadden met vrienden wat gegeten bij een pizzeria. Het was snel donker en met felle fietslampen reden we over een bospad naar de camping. De witte steeltjes sprongen links en rechts tussen de bladeren tevoorschijn. Overdag hadden we ze al gezien, maar pas nu zagen we hoeveel het er waren.

Met het aflopen van de zomer eindigde ook mijn jaaropleiding eetbare planten. Het is eindelijk gelukt om een degelijke en systematische plantenbasis te leggen. Ik probeer het al tien jaar, met hier een daar een wildplukwandeling en een beetje bladeren in boeken. Maar ik kwam steeds niet verder dan brandnetels en bramen. In februari, toen ik alleen en eenzaam in verschillende hotels in Finland zat, besloot ik: dit jaar gaat het er van komen. Ik schreef me ter plekke voor drie cursussen in. 12 lessen ‘eetbare wilde planten’ in Brabant, inclusief huiswerk en zelfstudie, 4 lessen ‘oogsten uit de natuur’ op de Veluwe en een weekend oerkoken op de Utrechtse heuvelrug. Zodat ik er niet meer onderuit kon. Ik had een missie.

IMG_20190413_160728.jpg
Oerkoken

Het werkte. Ik ontdekte wat er eerder mis was gegaan: herhaling, structuur en detail. In een wildplukwandeling – hoe goed ze ook zijn – leer je in het beste geval 10 en in het slechtste geval 50 planten. De instructeur wijst aan wat hij of zij tegenkomt, noemt een paar kenmerken en hoe je de plant kunt gebruiken, los van de structuur van plantenfamilies en inhoudsstoffen. Dat is hoe je als kind leerde, en hoe men het in de oertijd deed. Maar als je dik in de twintig bent en nooit echt intuïtief iets van planten geleerd hebt, werkt dat gebrek aan structuur niet. Ik bedoel, voor mij werkt een gebrek aan structuur niet.

In de 12-lessencursus in Brabant behandelden we elke week een plantenfamilie. Alle planten uit een plantenfamilie lijken op elkaar, dus als je er een paar kent, kun je de anderen vrij eenvoudig determineren. En alle planten uit een familie hebben vergelijkbare inhoudsstoffen, zoals looizuur, etherische oliën en bitterstoffen. Die zeggen iets over de eetbaarheid, zodat je, zonder elke afzonderlijke plant uit je hoofd te hoeven leren, kunt beredeneren hoeveel je van een bepaalde plant kunt eten en welke je beter kunt laten staan. Twaalf lessen geeft ook een hoop tijd om écht naar een plant te leren kijken. Geen soort is hetzelfde – het zijn niet voor niets afzonderlijke soorten – maar je kunt ze soms alleen onderscheiden als je op de details let. Haartjes op de stengel, het aantal bloemblaadjes, vertakkingen, de geur van de wortel.

Speenkruid wortels
Soms is de wortel het enige onderscheidende kenmerk

In de 4-lessencursus op de Veluwe werd alles wat ik in Brabant leerde herhaald, waardoor er steeds meer bleef hangen. Ik moet eerlijk zeggen dat twee cursussen een beetje teveel was, dat ik snel verzadigd raakte en er soms maar half bij was. Al schoot de leercurve de laatste les omhoog toen we ons aan de paddenstoelen waagden. Ik vond paddenstoelen altijd maar onnodig ingewikkeld. In de bushcraft- en survivalwereld leer je dat je ze moet laten staan, want er zitten weinig calorieën in en de kans dat je jezelf vergiftigt is groot. Maar nu zag ik dat paddenstoelen net als planten zijn, en dat je snel soorten gaat herkennen als je goed leert kijken.

IMG-20191013-WA0007
Een paddenstoel moet je soms doormidden snijden om hem goed te kunnen determineren (foto door Erik)

In de laatste Brabant-les presenteerden we onze eindopdrachten, een intensieve detailstudie van één plant, en probeerden we gebruik te maken van waar je in de herfst over struikelt: kilo’s eikeltjes. Dat laatste was een experiment. Eikeltjes zijn wrang, ze zitten vol met looizuur, en het is ongezond om ze zomaar te eten. Het looizuur kun je er in theorie uitspoelen. Dat is een flinke klus, maar dan heb je wel iets dat je normaal niet zonder moeite uit de natuur haalt: eiwitten en een beetje vetten.

In de aanloop naar de laatste les probeerden we verschillende manieren om ze schoon te spoelen, maar echt succesvol was het niet. Zodra we de eikels kookten, kwamen er weer looistoffen vrij. De smaak bleef wrang. Als je de eikeltjes tot gruis vermaalt en roostert, ben je die wrange smaak kwijt. Het lijkt dan alsof de looizuren eruit zijn, en je kunt er ongetwijfeld lekkere koekjes van bakken, maar we waren niet overtuigd. Later hoorde ik dat eikeltjes vroeger in Nederland alleen gegeten werden in tijden van nood, en zo kwamen ze op mijn mentale lijstje van speciale planten: survivalvoedsel.

IMG_20191012_133849.jpg
Eikel

Ik heb me afgelopen jaar meerdere keren afgevraagd waarom ik zo graag eetbare planten wil leren. Als ik van koken hield, had ik er wat lekkers van gemaakt. Had ik geduld voor tuinieren, dan was ik ze zelf gaan verbouwen. Kon ik tekenen, dan had ik mooie botanische kunstwerken gemaakt. Ik zou iets met natuurgeneeskunde kunnen doen of macrofoto’s kunnen maken. Maar tot mijn (soms) grote verdriet ben ik niet zo praktisch. Ik houd van studeren, en specifiek van het mens-natuurvraagstuk, filosofie en survival/bushcraft. Dus kijk ik naar planten, lees ik boeken over planten, bestudeer ik determinatiegidsen en doceer ik incidenteel zelf wat over planten. Al dat studeren voelt soms zinloos. Tot ik me realiseer dat dit +20 betekenis aan mijn leven geeft, en dat ik met hele andere ogen naar de natuur om me heen kijk dan ik een jaar geleden deed.

IMG-20191013-WA0011
Fietsen + paddenstoelen (foto door Erik)

Het was een goed buitenseizoen. Het drukke cursusjaar zit er op. En dit weekend hadden we eindelijk weer de tijd om de fiets te pakken en zonder verplichtingen het bos in te gaan. De grap was dat er van fietsen weinig terechtkwam want ik was met een bioloog en twee fotografen op pad. We scheurden over onverharde paadjes, om weer net zo hard te remmen als er een leuke paddenstoel stond. Er waren héél véél leuke paddenstoelen. De meeste al een beetje sponzig en aan het einde van hun levensduur, maar nog determineerbaar. Dus, ja, we fietsten beide dagen niet meer dan 30 kilometer. Ik geloof dat ik zelden zo genoten heb.

IMG-20191013-WA0024
Van fietsen kwam weinig terecht (foto door Erik)

Met een plantenstudie kun je een heel leven vullen. Waarmee ik wil zeggen dat ik nog lang niet klaar ben. Bepaalde typen paddenstoelen groeien vaak bij bepaalde typen bomen, dus nu wil ik bomen leren. Ik weet nog niks van struiken, en weinig van bessen, noten en wortels. En de interesse in écht calorierijk voedsel wordt steeds groter nu ik er achter kom dat je wilde planten maar in beperkte hoeveelheden kunt eten. Misschien wil ik me volgend jaar in zeevoedsel verdiepen, zoals wieren, mossels en vis. Voor nu is het goed dat het winter wordt en dat ik me heb voorgenomen om mijn weekenden niet meer vol te proppen met activiteiten. Dan kan de boel bezinken. En kan ik weer verder met mijn boek, dat nog steeds half af in de cloud staat.

 

 

 


Een reactie op “Na een jaar plantenstudie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s